Stijlfiguren worden gehanteerd door schrijvers om hun teksten wat levendiger te maken, veel stijlfiguren worden ook door bijvoorbeeld cabaret gebruikt. Juist door deze stijlfiguren komt er een dubbele betekenis te hangen achter de tekst en kun je je tekst sterker doen overkomen. Op deze site leggen wij een aantal belangrijke stijlfiguren uit en geven wij een voorbeeld bij de genoemde stijlfiguren.


maandag 11 maart 2013

Eufemisme

Het woord eufemisme komt van het Griekse woord ευφημειν, wat spreken betekent. Een eufemisme is een manier om iets verzacht uit te drukken. Door een eufemisme te gebruiken kan je iets wat onaardig is zeggen of schrijven zonder dat het onaardig, gruwelijk of vies klinkt. Een goed voorbeeld van een eufemisme is 'Je bent aan de gezette kant'. Daar bedoel je mee dat je het persoon dik vindt, maar dat druk je zacht uit.

Opdracht:
Maak van de volgende zinnen elk een eufemisme:

1. Er is een lijk gevonden.
2. Hij haat me.
3. De taart die je gemaakt hebt is vies.

Hyperbool

Een hyperbool wordt gebruikt om iets sterker uit te drukken. Door een hyperbool te gebruiken overdrijf je een uitspraak. Voorbeelden hiervan zijn: 'Ik verveel me dood' en 'Het duurde eeuwig'. Als een schrijver of een spreker te veel hyperbolen gebruikt dan zijn ze niet meer geloofwaardig.

Opdracht:

Bedenk drie hyperbolen.

Pleonasme

Pleonasme komt van het Griekse woord πλεονασμóς, dat betekent ‘overvloed’. Bij een pleonasme gebruik je een eigenschap van een woord om er de nadruk op te leggen, bijvoorbeeld ‘witte sneeuw’ of ‘een ronde cirkel’. Er bestaan ook plaatsnamen die een pleonasme zijn, bijvoorbeeld ‘Het meer van Loch Ness’. Loch is Schots voor meer, dus zeg je eigenlijk ‘Het meer van meer Ness’

Tautologie

Bij een tautologie gebruik je twee keer een woord uit dezelfde woordgroep: gratis en voor niets. Een tautologie wordt vaak gebruikt als stijlfiguur om een gevoel te versterken. Tautologieën die op die manier worden gebruikt zijn dan ook niet fout! Veel zinnen die je zelf ook wel eens gebruikt zijn eigenlijk tautologieën: klaar uit, bont en blauw, Eén en dezelfde.

Opdracht:

Herken de tautologieën:

Naar beneden vallen
Leugen en bedrog
Geheel en al
Groter groeien
De veestapel ruimen
Schots en scheef